Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen
zaterdag 10 mei 2014
donderdag 1 mei 2014
The Beatles - doc 12 hours to please me
BBC4, 15-mrt-2014
DURATION: 1 HOUR
On the 50th anniversary of the famous 12-hour session at Abbey Road which resulted in the Beatles' iconic album Please Please Me, leading artists such as Stereophonics, Graham Coxon, Gabrielle Aplin, Joss Stone, Chris Difford and Glenn Tilbrook of Squeeze, Paul Carrack, Mick Hucknall and I Am Kloot attempt to record the same songs, in the same timescale, in the same studio.
The results are captured in this programme, presented by Stuart Maconie.
Amongst those paying their own tribute to the album's success are Burt Bacharach and Guy Chambers, as well as people lucky enough to have been there 50 years ago telling the remarkable story of what happened that day, including engineer Richard Langham and Beatles' press officer Tony Barrow.
DURATION: 1 HOUR
On the 50th anniversary of the famous 12-hour session at Abbey Road which resulted in the Beatles' iconic album Please Please Me, leading artists such as Stereophonics, Graham Coxon, Gabrielle Aplin, Joss Stone, Chris Difford and Glenn Tilbrook of Squeeze, Paul Carrack, Mick Hucknall and I Am Kloot attempt to record the same songs, in the same timescale, in the same studio.
The results are captured in this programme, presented by Stuart Maconie.
Amongst those paying their own tribute to the album's success are Burt Bacharach and Guy Chambers, as well as people lucky enough to have been there 50 years ago telling the remarkable story of what happened that day, including engineer Richard Langham and Beatles' press officer Tony Barrow.
vrijdag 25 april 2014
Arena - Produced by George Martin
BBC, 2014
DURATION: 1 HOUR, 30 MINUTES
Profile of record producer Sir George Martin. He began with Nellie the Elephant, 633 Squadron and Peter Sellers, then came The Beatles and then the golden age of rock. Martin recorded the soundtrack of the second half of the 20th century.
This rich and intimate portrait follows Sir George at 85 with his wife Judy, son Giles, Sir Paul McCartney, Ringo Starr, Cilla Black, Michael Palin, Rolf Harris and Bernard Cribbins among the many contributors.
DURATION: 1 HOUR, 30 MINUTES
Profile of record producer Sir George Martin. He began with Nellie the Elephant, 633 Squadron and Peter Sellers, then came The Beatles and then the golden age of rock. Martin recorded the soundtrack of the second half of the 20th century.
This rich and intimate portrait follows Sir George at 85 with his wife Judy, son Giles, Sir Paul McCartney, Ringo Starr, Cilla Black, Michael Palin, Rolf Harris and Bernard Cribbins among the many contributors.
woensdag 23 april 2014
Concertgebouw orkest - Mattheus passion
Brava NL Klassiek, 19-apr-2014
vrijdag 18 april 2014
Walk on By - 8 delen
Walk on by - Afl. 1: From Russia with love
Donderdag 12 juni 2008.
De eerste aflevering gaat terug naar de oorsprong van ‘de song’. In 1893 vluchtten de Joden uit het Tsaristische Rusland naar Amerika. Bij de emigranten bevinden zich de ouders van George Gershwin en Irving Berlin. In New York zal de traditionele Joodse volksmuziek zich versmelten met de Amerikaanse folk en de jazz.
Uit deze mix ontstaat er een nieuwe muziekstijl: de song. George Gershwin schrijft “Swanee”, en de aangrijpende vertolking van Al Jolson, de zoon van een rabbijn, wordt de eerste tophit van de muziekgeschiedenis.
Maar de ambities van Gershwin liggen hoger, en hij componeert de symfonische suite “Rhapsody in Blue” en de musical “Porgy and Bess”. Met de Wallstreet crash sluiten de theaters op Broadway en de muziekscène verhuist naar het Mekka van de film, Hollywood.
In deze eerste aflevering hoort en ziet u onvergetelijke melodieën zoals “Alexander’s Ragtime Band” (Irving Berlin), “Swanee” (Al Jolson), “Cotton Club Stomp” (Duke Ellington), “The Man I love” (Lena Horne), “Always” (Josephine Baker), “Rhapsody in Blue” ( Paul Whiteman and his Orchestra), “Tiger Rag” (Louis Armstrong), “Ol’ Man River” (Paul Robeson), “Summertime” (Ella Fitzgerald).
Walk on by - Afl. 2: Stardust.
Donderdag 26 juni 2008.
Stardust is het verhaal van de jazz-zangers en hoe zij de populaire muziek voor eens en altijd veranderden. Het begon allemaal toen de trompet van Louis Armstrong en de stem van Bing Crosby elkaar vonden.
Chicago was in de jaren twintig het mekka van de Amerikaanse jazz. Tijdens de drooglegging trokken de mensen naar de clandestiene kroegen, de speakeasies. De Italiaans-Amerikaanse gangsters die er de baas waren zorgden altijd voor topattracties: zwarte jazzmuzikanten uit New Orleans en Chicago. De blanke orkesten (o.a. dat van Paul Whiteman) toerden door de rest van het land….
Inhoud:
Chicago was begin jaren 20 het mekka van de jazz. Van belang was de ontmoeting tussen Crosby en Armstrong. Louis Armstrong had een grote invloed op veel muzikanten. Verder was er de overgang van Big Band orkest met zang naar de zanger die hoofdact werd van het orkest. We zien o.a. Paul Whiteman and orchestra, Bing Crosby, Louis Armstrong, Diverse orkesten met lead zanger : Benny Goodman en peggy Lee, Artie Shaw en Heleen Forrest.
Eind jaren 20 was de radio in opkomst. Van belang was ook de vervanging van akoestische opnames door elektrische opnames; de microfoon werd een zelfstandig onderdeel. De techniek van de opnames verbeterde sterk hierdoor. We zien o.a. Anita O'Day, Hoagy Carmichael met Stardust, Billie Holiday en Ella Fitzgerald. Aan het eind komt nog aan bod het door Irving berlin geschreven en door Bing Crosby gezongen White Christmas.
Walk on By 3
Donderdag 10 juli 2008.
In januari 1956 kwam Elvis Presley voor het eerst op televisie en binnen de kortste tijd was Amerika in de ban van de rock-‘n-roll. Tieners gingen uit de bol, maar hun ouders waren gechoqueerd. Voor de meeste volwassenen was Elvis Presley een eendagsvlieg, maar rock zou blijven en Elvis werd één van de meest aanbeden popidolen van de eeuw. Presley kwam uit het Zuiden, de muzikale smeltkroes van zwarte en blanke populaire muziek. Muziek was immers één van de weinige verzetjes voor de werkers op de katoenvelden. Op de plantages ontstonden de ‘work song’, de ’spiritual’ en de ‘blues’. Blues werd de populaire muziek van de jaren twintig, met Bessie Smith en Leadbelly als boegbeelden.
In het blanke Nashville was de Grand ‘Ole Opry de tempel van de countrymuziek. De populairste countryzanger was Hank Williams, en hij wordt beschouwd als één van de grootste liedjesschrijvers van populaire muziek. In Chicago speelden zwarten zoals Muddy Waters en Big Joe Turner ruige, elektrische blues.Uit de mix van de vloeiende countryballads en het opzwepende ritme van de blues, ontstond de rock-‘n-roll. Producer Sam Philips, was op zoek naar “ een blanke die kon zingen als een zwarte��?en ontdekte Elvis Presley. Het rockfestijn kon beginnen.
In deze aflevering staat er op de juke-box: ‘St. Louis Blues’ (Bessie Smith), ‘Goodnight Irene’ (Leadbelly), ‘Waiting for a Train’ (Jimmie Rodgers), ‘Cold, Cold Heart’ (Hank Williams), ‘Hoochie Coochie Man’ (Muddy Waters)…
Walk on by - Afl. 4: Producer pop
Donderdag 17 juli 2008.
Door het toenemende succes van de song wordt het schrijven van een liedje alsmaar belangrijker en de songschrijvers groeperen zich in een echte liedjesfabriek: ‘Tin Pan Alley’. Ook de “sound” wordt alsmaar belangrijker en de producer gaat een beslissende rol spelen.
Te horen en zien zijn onder andere :
Patti Page, Frankie Laine, Hank Williams, Tony Bennett, The Shirelles, Lesley Gore, The Crystals, Gene Pitney en The Righteous Brothers.
Walk on by - Afl. 5: Atlantic crossing
Donderdag 24 juli 2008.
Tot het begin van de jaren zestig domineerde de Amerikaanse muziekindustrie, maar als in 1963 de Beatles het podium betreden, is het gedaan met deze suprematie. Britse popgroepen als The Rolling Stones, The Kinks en The Animals geven voortaan de toon aan.
Te bewonderen zijn onder andere :
The Beatles, The Kinks, The Animals, The Rolling Stones, Motown artists, Brian Wilson and the Beach boys, Frankie Valli and the Four Seasons, Dionne Warwick, Aretha Franklin, Bob Dylan, The Byrds and the Lovin' Spoonful.
Walk on by - Afl. 6: After the goldrush
Donderdag 31 juli 2008.
Einde jaren zestig ligt het epicentrum van de lichte muziek opnieuw in de Verenigde Staten. Als reactie tegen de ruige harde rock verlaten rockmuzikanten de stad en trekken naar de buiten, ‘country’ is terug in de mode.’ Crosby, Stills & Nash’ en ook Neil Young brengen een nieuw genre: de countryrock. Met groepen als ‘America’ en ‘The Eagles’ belandt countryrock in de topdrie van de hitparade.
De volgende artiesten zijn te horen en te zien :
The Band, The Byrds, Crosby, Stills and Nash, Gratefull dead, Neil Young, America, Joni Mitchell, Bill Withers, The flying Burrito Brothers, The eagles.
Walk on by - Afl. 7: Soundtrack
Donderdag 7 augustus 2008.
In deze aflevering wordt er gepeild naar de wisselwerking tussen de song en de filmindustrie. In de jaren ‘30 werden succesvolle Broadwayproducties verfilmd, maar de filmbonzen hadden snel door dat het goedkoper was de auteurs direct voor de film te laten schrijven. Topcomponisten als Cole Porter, Irving Berlin, George en Ira Gershwin werden ingehuurd door de filmproducers. De musical werd populair en leverde klassiekers op als: ‘Singing in the Rain’, ‘West Side Story’, ‘The Sound of Music’, ‘Cabaret’ en Hair’. De best verkochte soundtrack allertijden is ‘Saturday Night Fever’ van de gelijknamige film met John Travolta.
Walk on by - Afl. 8: Pure pop
Donderdag 21 augustus 2008
Popmuziek als geprefabriceerd consumptiemiddel met de videoclip als onvolprezen verkoopsargument: The Monkees, Abba, Buggles, Duran Duran, Madonna.
Te bewonderen zijn o.a. :
The Monkees, The Archies, The Jackson Five, Abba, The sex pistols, Blondie, Duran Duran, Frankie goes to Hollywood, Madonna, Kylie Minogue en Britney Spears.
Donderdag 12 juni 2008.
De eerste aflevering gaat terug naar de oorsprong van ‘de song’. In 1893 vluchtten de Joden uit het Tsaristische Rusland naar Amerika. Bij de emigranten bevinden zich de ouders van George Gershwin en Irving Berlin. In New York zal de traditionele Joodse volksmuziek zich versmelten met de Amerikaanse folk en de jazz.
Uit deze mix ontstaat er een nieuwe muziekstijl: de song. George Gershwin schrijft “Swanee”, en de aangrijpende vertolking van Al Jolson, de zoon van een rabbijn, wordt de eerste tophit van de muziekgeschiedenis.
Maar de ambities van Gershwin liggen hoger, en hij componeert de symfonische suite “Rhapsody in Blue” en de musical “Porgy and Bess”. Met de Wallstreet crash sluiten de theaters op Broadway en de muziekscène verhuist naar het Mekka van de film, Hollywood.
In deze eerste aflevering hoort en ziet u onvergetelijke melodieën zoals “Alexander’s Ragtime Band” (Irving Berlin), “Swanee” (Al Jolson), “Cotton Club Stomp” (Duke Ellington), “The Man I love” (Lena Horne), “Always” (Josephine Baker), “Rhapsody in Blue” ( Paul Whiteman and his Orchestra), “Tiger Rag” (Louis Armstrong), “Ol’ Man River” (Paul Robeson), “Summertime” (Ella Fitzgerald).
Walk on by - Afl. 2: Stardust.
Donderdag 26 juni 2008.
Stardust is het verhaal van de jazz-zangers en hoe zij de populaire muziek voor eens en altijd veranderden. Het begon allemaal toen de trompet van Louis Armstrong en de stem van Bing Crosby elkaar vonden.
Chicago was in de jaren twintig het mekka van de Amerikaanse jazz. Tijdens de drooglegging trokken de mensen naar de clandestiene kroegen, de speakeasies. De Italiaans-Amerikaanse gangsters die er de baas waren zorgden altijd voor topattracties: zwarte jazzmuzikanten uit New Orleans en Chicago. De blanke orkesten (o.a. dat van Paul Whiteman) toerden door de rest van het land….
Inhoud:
Chicago was begin jaren 20 het mekka van de jazz. Van belang was de ontmoeting tussen Crosby en Armstrong. Louis Armstrong had een grote invloed op veel muzikanten. Verder was er de overgang van Big Band orkest met zang naar de zanger die hoofdact werd van het orkest. We zien o.a. Paul Whiteman and orchestra, Bing Crosby, Louis Armstrong, Diverse orkesten met lead zanger : Benny Goodman en peggy Lee, Artie Shaw en Heleen Forrest.
Eind jaren 20 was de radio in opkomst. Van belang was ook de vervanging van akoestische opnames door elektrische opnames; de microfoon werd een zelfstandig onderdeel. De techniek van de opnames verbeterde sterk hierdoor. We zien o.a. Anita O'Day, Hoagy Carmichael met Stardust, Billie Holiday en Ella Fitzgerald. Aan het eind komt nog aan bod het door Irving berlin geschreven en door Bing Crosby gezongen White Christmas.
Walk on By 3
Donderdag 10 juli 2008.
In januari 1956 kwam Elvis Presley voor het eerst op televisie en binnen de kortste tijd was Amerika in de ban van de rock-‘n-roll. Tieners gingen uit de bol, maar hun ouders waren gechoqueerd. Voor de meeste volwassenen was Elvis Presley een eendagsvlieg, maar rock zou blijven en Elvis werd één van de meest aanbeden popidolen van de eeuw. Presley kwam uit het Zuiden, de muzikale smeltkroes van zwarte en blanke populaire muziek. Muziek was immers één van de weinige verzetjes voor de werkers op de katoenvelden. Op de plantages ontstonden de ‘work song’, de ’spiritual’ en de ‘blues’. Blues werd de populaire muziek van de jaren twintig, met Bessie Smith en Leadbelly als boegbeelden.
In het blanke Nashville was de Grand ‘Ole Opry de tempel van de countrymuziek. De populairste countryzanger was Hank Williams, en hij wordt beschouwd als één van de grootste liedjesschrijvers van populaire muziek. In Chicago speelden zwarten zoals Muddy Waters en Big Joe Turner ruige, elektrische blues.Uit de mix van de vloeiende countryballads en het opzwepende ritme van de blues, ontstond de rock-‘n-roll. Producer Sam Philips, was op zoek naar “ een blanke die kon zingen als een zwarte��?en ontdekte Elvis Presley. Het rockfestijn kon beginnen.
In deze aflevering staat er op de juke-box: ‘St. Louis Blues’ (Bessie Smith), ‘Goodnight Irene’ (Leadbelly), ‘Waiting for a Train’ (Jimmie Rodgers), ‘Cold, Cold Heart’ (Hank Williams), ‘Hoochie Coochie Man’ (Muddy Waters)…
Walk on by - Afl. 4: Producer pop
Donderdag 17 juli 2008.
Door het toenemende succes van de song wordt het schrijven van een liedje alsmaar belangrijker en de songschrijvers groeperen zich in een echte liedjesfabriek: ‘Tin Pan Alley’. Ook de “sound” wordt alsmaar belangrijker en de producer gaat een beslissende rol spelen.
Te horen en zien zijn onder andere :
Patti Page, Frankie Laine, Hank Williams, Tony Bennett, The Shirelles, Lesley Gore, The Crystals, Gene Pitney en The Righteous Brothers.
Walk on by - Afl. 5: Atlantic crossing
Donderdag 24 juli 2008.
Tot het begin van de jaren zestig domineerde de Amerikaanse muziekindustrie, maar als in 1963 de Beatles het podium betreden, is het gedaan met deze suprematie. Britse popgroepen als The Rolling Stones, The Kinks en The Animals geven voortaan de toon aan.
Te bewonderen zijn onder andere :
The Beatles, The Kinks, The Animals, The Rolling Stones, Motown artists, Brian Wilson and the Beach boys, Frankie Valli and the Four Seasons, Dionne Warwick, Aretha Franklin, Bob Dylan, The Byrds and the Lovin' Spoonful.
Walk on by - Afl. 6: After the goldrush
Donderdag 31 juli 2008.
Einde jaren zestig ligt het epicentrum van de lichte muziek opnieuw in de Verenigde Staten. Als reactie tegen de ruige harde rock verlaten rockmuzikanten de stad en trekken naar de buiten, ‘country’ is terug in de mode.’ Crosby, Stills & Nash’ en ook Neil Young brengen een nieuw genre: de countryrock. Met groepen als ‘America’ en ‘The Eagles’ belandt countryrock in de topdrie van de hitparade.
De volgende artiesten zijn te horen en te zien :
The Band, The Byrds, Crosby, Stills and Nash, Gratefull dead, Neil Young, America, Joni Mitchell, Bill Withers, The flying Burrito Brothers, The eagles.
Walk on by - Afl. 7: Soundtrack
Donderdag 7 augustus 2008.
In deze aflevering wordt er gepeild naar de wisselwerking tussen de song en de filmindustrie. In de jaren ‘30 werden succesvolle Broadwayproducties verfilmd, maar de filmbonzen hadden snel door dat het goedkoper was de auteurs direct voor de film te laten schrijven. Topcomponisten als Cole Porter, Irving Berlin, George en Ira Gershwin werden ingehuurd door de filmproducers. De musical werd populair en leverde klassiekers op als: ‘Singing in the Rain’, ‘West Side Story’, ‘The Sound of Music’, ‘Cabaret’ en Hair’. De best verkochte soundtrack allertijden is ‘Saturday Night Fever’ van de gelijknamige film met John Travolta.
Walk on by - Afl. 8: Pure pop
Donderdag 21 augustus 2008
Popmuziek als geprefabriceerd consumptiemiddel met de videoclip als onvolprezen verkoopsargument: The Monkees, Abba, Buggles, Duran Duran, Madonna.
Te bewonderen zijn o.a. :
The Monkees, The Archies, The Jackson Five, Abba, The sex pistols, Blondie, Duran Duran, Frankie goes to Hollywood, Madonna, Kylie Minogue en Britney Spears.
The Power of Art - Simon Schama - 8 delen
BBC
The power of art - Afl. 1: Caravaggio, ‘David en Goliath’
Rome, 1603. De godsdienstoorlog woedt ook op het artistieke vlak. De protestanten vernietigen schilderijen en de katholieken gebruiken ze om de ziel van de gelovigen te winnen. In hun ogen moet de schilderkunst de schoonheid van de schepping weerspiegelen. Michelangelo schildert goddelijke lichamen en Raffael engelachtige gezichten. En dan komt daar ene Caravaggio. Hij zegt dat het mysterie van het geloof juist is dat Christus een mens van vlees en bloed was. En zo schildert hij hem en zijn metgezellen dan ook: aardser en lichamelijker dan welke andere schilder ook. Zijn modellen haalt hij van de straat, uit cafés en bordelen. De goegemeente is geschokt wanneer Caravaggio’s Judith uit het Oude Testament als twee druppels lijkt op één van de meest beruchte hoeren van de stad. Caravaggio schildert beweging en actie. Zijn figuren barsten uit hun kader. Hij toont de kracht van spieren, het gewicht van vlees, de pijn van wonden. Hij toont dat kunst de werkelijkheid kan tonen zoals ze is en niet alleen zoals sommigen zouden willen dat ze is. Zo verandert Caravaggio voorgoed de manier waarop mensen naar kunst kijken, en de betekenis ervan.
Vandaag deel 2 over Rembrandt.
De samenzwering van Claudius Civilis (1666)
Met zijn Nachtwacht had Rembrandt in 1642 het onmogelijke gedaan: een groots, heroïsch en dramatisch tafereel schilderen met elementen van de middelmatigheid, meer bepaald de portretten van de rijke zakenlui die zijn opdrachtgevers waren. Een kleine twintig jaar later was hij ‘passé’: te ruw, te hard en te waarheidsgetrouw voor een cliënteel dat vond dat kunst de werkelijkheid mooier en beter moest afbeelden dan ze was.
Maar in 1660 kreeg Rembrandt toevallig een laatste kans. Eén van zijn vroegere leerlingen moest de binnenmuren van het nieuwe stadhuis op de Dam beschilderen, maar overleed nog voor hij aan het werk kon beginnen. Rembrandt mocht een stukje ervan overnemen. Hij maakte een schilderij met als thema: de opstand van de Batavieren tegen de Romeinen.
Heroïsch was het genoeg: de voorvaderen van de Amsterdamse leiders die zich verzetten tegen de Romeinen, zoals hun ouders zich hadden verzet tegen de Spanjaarden. Maar de uitwerking! De Batavieren werden (af)geschilderd als een bende halve wilden, zonder verfijning, met de barbaarse gelaatstrekken van de mannen en vrouwen die Rembrandt dagelijks uit de kroeg aan de overkant van de straat zag komen.
Niks verfijning, niks elegantie, niks grandeur. Na een paar maanden werd het schilderij dan ook verwijderd uit het stadhuis. Rembrandt sneed het centrale stuk eruit en zo is het bewaard gebleven. Gelukkig maar, want naar onze hedendaagse esthetische normen is ‘De samenzwering van de Batavieren’ een indrukwekkend meesterwerk, een eerbetoon aan de kracht van het volk, gewone mensen die op hun eigen, ongepolijste manier hun lot in handen nemen.
The power of art - Afl. 3: Bernini, ‘Visioen van de H. Theresa’ (1652)
In het Rome van de jaren 1630 diende de barokke kunst van beeldhouwers en architecten de zaak van de paus en de katholieke kerk. Hun ontwerpen waren zo virtuoos en gedurfd dat ze de wetten van de zwaartekracht leken te trotseren, zoals het geloof de mens onttrok aan het aardse en de ziel richtte op het hemelse.
Primus inter pares was Gian Lorenzo Bernini: wonderkind, meesterarchitect, bevlogen beeldhouwer, maar ook flamboyante man van de wereld en persoonlijke vriend van paus Urbanus VIII. Maar in de late jaren ‘40 begon Bernini’s ster te tanen. De rivaliteit met coming man Francesco Borromini was moordend; zijn beschermheer, paus Urbanus was overleden en tot overmaat van ramp kwamen er barsten in de klokkentoren die hij voor Sint Pieters had gebouwd. De toren moest worden afgebroken en tegelijkertijd stortte ook Bernini’s reputatie in.
Maar Bernini sloeg terug met een meesterwerk zonder weerga: ‘Het visioen van de heilige Theresa’ (1652), een beeldhouwwerk dat een tafereel uit het leven van Theresa van Avila uitbeeldde: haar mystieke droom over een engel die haar doorstak met een lans, zoals dat ook met Jezus was gebeurd. Het beeld combineert mystiek en erotiek, lichamelijk genot met spirituele verrukking. Het publiek was verbijsterd door deze heilige ‘peepshow’, dit miraculeuze en tegelijk schandaleuze meesterwerk.
Afl. 4 Turner, het slavenschip 1840
In 1840 was William Turner zestig jaar oud. Zijn schilderkunst evolueerde steeds verder weg van de af-beelding, naar kleur en impressie. Dat jaar bracht hij zeven schilderijen naar de jaarlijkse tentoonstelling van de Royal Academy. Ze zorgden voor een schandaal. Vooral het doek ‘The Slave Ship’ kreeg het zwaar te verduren van conservatieve critici. Het schilderij is één explosie van scharlakenrood en goud, ergens op een oceaan, in het oog van een storm.
‘Gezwadder met verf’, ‘gesmos’, ‘keukenaccident’: zo werd het werk minachtend bestempeld. Maar precies door de nadruk te leggen op kleur en niet langer de werkelijkheid af te beelden zoals ze verschijnt, liep Turner vooruit op de discussie over kunst die zou ontstaan door de uitvinding van de fotografie, enkele decennia later: als de camera perfecte tweedimensionale afbeeldingen kon maken van de realiteit, wat bleef er dan nog over voor de kunst? Turners kleurennevels waren één antwoord op die vraag: de subjectieve indruk van de artiest.
Maar er was ook nog een andere reden waarom de conservatieven ‘The Slaveship’ zo haatten. De volledige titel van het doek was ‘Slavers throwing overboard the dead and dying – typhoon coming on’. Het herinnerde aan een incident uit de Britse slavenhandel in de 18de eeuw. En daar werd de Britse upper class liever niet mee geconfronteerd. Ook in die zin was het doek grensverleggend modern.
The power of art - Afl. 5: David, ‘De dood van Marat’ (1793)
Ook de kunst kent haar ‘kazakdraaiers’. Neem nu Jacques-Louis David. Ooit was hij de protégé van Lodewijk XVII en de aristocraten, maar in 1789 kiest hij resoluut voor de revolutie. Kunst, zo vindt hij plots, mag niet meer ter amusement van de rijken dienen, maar moet leren, inspireren en de mens beter maken. Voortaan schildert David voor de nieuwe machthebbers: het terreurbewind van de Jacobijnen. En speciaal voor hen vindt hij een nieuwe toepassing uit van de schilderkunst: de politieke propaganda.
Het meest treffende voorbeeld daarvan is zijn schilderij ‘De dood van Marat’ uit 1793 (te bezichtigen in het Museum voor Schone Kunsten in Brussel). De radicale en meedogenloze revolutionair Jean-Paul Marat werd in zijn bad vermoord door de jonge Charlotte Corday, die zo de heksenjacht van de Jacobijnen wil stoppen. Maar Davids schilderij maakt van Marat een martelaar. Als slachtoffer van de ‘reactionaire krachten’ ligt hij als de vermoorde onschuld in zijn bad. Geen spoor meer van de psoriasis die zijn huid teisterde: zijn lichaam is zo gaaf als dat van de vermoorde Christus in een Piéta. En dat is het schilderij ook: een altaarstuk voor de nieuwe religie van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid.
De mensen die het schilderij zien, zijn geschokt door de wrede moord op deze kwetsbare man en keren zich tegen de moordenares. Het gevolg was een nóg harder schrikbewind van de Jacobijnen. En sindsdien bedient élk politiek regime zich van de kracht van het beeld.
The power of art - Afl. 6: Van Gogh, ‘Korenveld met kraaien’ (1890)
Met Van Gogh zijn we helemaal in de moderne kunst beland. Kunst moet geen kopieën meer maken van de realiteit. Daarvoor bestaat nu de fotografie. Kunst moet doen wat de fotografie niet kan: sfeer en gevoel weergeven en op haar eigen manier, met haar eigen vormen en kleuren, zintuiglijke waarnemingen evoceren.
Kleur was voor Van Gogh erg belangrijk: niet de vale kleuren van musea en academische kunst, maar kleuren waar kinderen en eenvoudige mensen instinctief op reageren. Zoals in ‘Korenveld met kraaien’ (1890), met zijn dominante gele en blauwe kleuren, en de onheilspellende zwarte stippen van de kraaien en de dreigende lucht.
Kunst was voor de labiele Van Gogh ook een balsem op de wonden van het leven. Maar soms kan ook kunst de kunstenaar niet redden. Korte tijd nadat hij dit schilderij maakte, pleegde Van Gogh zelfmoord.
The power of art - Afl. 7: Picasso, ‘Guernica’ (1937)
Voor Picasso mocht kunst zich niet inlaten met politiek en geschiedenis, maar door de terreur van de nazi’s tijdens de burgeroorlog in zijn vaderland Spanje zag hij zich genoodzaakt zijn eigen credo te verloochenen.
In zijn Guernica (1937) bundelde hij de krachten van eeuwen kunsttraditie met die van zijn eigen kubistische moderniteit in een striemende aanklacht tegen het oorlogsgeweld. De Guernica bevat verwijzingen naar de oude apocalyptische altaarstukken, naar de middeleeuwse miniatuurkunst, naar Rubens en Goya, maar het is ook een bijna journalistieke zwart-wit reportage over het brutale nazi-bombardement op het Baskische dorpje Guernica.
Op de Internationale Tentoonstelling van Parijs hing het doek in het paviljoen van de geteisterde Spaanse Republiek, naast de reactionaire nazikunst van het Derde Rijk en de kunstdinosaurussen van de Sovjet-Unie. Een Gestapo-officier die Picasso bezocht in Parijs, vroeg hem of hij het doek had gemaakt. “Nee”, antwoordde Picasso: “jullie”.
The power of art - Afl. 8: Rothko, ‘Zwart op kastanjebruin’ (1958)
Donderdag 7 augustus 2008.
In 1958 kreeg de Lets-Amerikaanse expressionist Mark Rothko de opdracht een reeks grote abstracte schilderijen te maken voor een vijfsterrenrestaurant in hartje Manhattan: het walhalla van het kapitalisme en naar Rothko’s eigen oordeel “een plaats waar de rijke klootzakken van New York komen eten en opscheppen. Ik hoop dat ik hun eetlust kan bederven”. Hoewel hij de opdracht te danken had aan het lucratieve New Yorkse zakenleven in de jaren ‘40 en ‘50, wou hij daar dus ook mee afrekenen.
The power of art - Afl. 1: Caravaggio, ‘David en Goliath’
Rome, 1603. De godsdienstoorlog woedt ook op het artistieke vlak. De protestanten vernietigen schilderijen en de katholieken gebruiken ze om de ziel van de gelovigen te winnen. In hun ogen moet de schilderkunst de schoonheid van de schepping weerspiegelen. Michelangelo schildert goddelijke lichamen en Raffael engelachtige gezichten. En dan komt daar ene Caravaggio. Hij zegt dat het mysterie van het geloof juist is dat Christus een mens van vlees en bloed was. En zo schildert hij hem en zijn metgezellen dan ook: aardser en lichamelijker dan welke andere schilder ook. Zijn modellen haalt hij van de straat, uit cafés en bordelen. De goegemeente is geschokt wanneer Caravaggio’s Judith uit het Oude Testament als twee druppels lijkt op één van de meest beruchte hoeren van de stad. Caravaggio schildert beweging en actie. Zijn figuren barsten uit hun kader. Hij toont de kracht van spieren, het gewicht van vlees, de pijn van wonden. Hij toont dat kunst de werkelijkheid kan tonen zoals ze is en niet alleen zoals sommigen zouden willen dat ze is. Zo verandert Caravaggio voorgoed de manier waarop mensen naar kunst kijken, en de betekenis ervan.
Vandaag deel 2 over Rembrandt.
De samenzwering van Claudius Civilis (1666)
Met zijn Nachtwacht had Rembrandt in 1642 het onmogelijke gedaan: een groots, heroïsch en dramatisch tafereel schilderen met elementen van de middelmatigheid, meer bepaald de portretten van de rijke zakenlui die zijn opdrachtgevers waren. Een kleine twintig jaar later was hij ‘passé’: te ruw, te hard en te waarheidsgetrouw voor een cliënteel dat vond dat kunst de werkelijkheid mooier en beter moest afbeelden dan ze was.
Maar in 1660 kreeg Rembrandt toevallig een laatste kans. Eén van zijn vroegere leerlingen moest de binnenmuren van het nieuwe stadhuis op de Dam beschilderen, maar overleed nog voor hij aan het werk kon beginnen. Rembrandt mocht een stukje ervan overnemen. Hij maakte een schilderij met als thema: de opstand van de Batavieren tegen de Romeinen.
Heroïsch was het genoeg: de voorvaderen van de Amsterdamse leiders die zich verzetten tegen de Romeinen, zoals hun ouders zich hadden verzet tegen de Spanjaarden. Maar de uitwerking! De Batavieren werden (af)geschilderd als een bende halve wilden, zonder verfijning, met de barbaarse gelaatstrekken van de mannen en vrouwen die Rembrandt dagelijks uit de kroeg aan de overkant van de straat zag komen.
Niks verfijning, niks elegantie, niks grandeur. Na een paar maanden werd het schilderij dan ook verwijderd uit het stadhuis. Rembrandt sneed het centrale stuk eruit en zo is het bewaard gebleven. Gelukkig maar, want naar onze hedendaagse esthetische normen is ‘De samenzwering van de Batavieren’ een indrukwekkend meesterwerk, een eerbetoon aan de kracht van het volk, gewone mensen die op hun eigen, ongepolijste manier hun lot in handen nemen.
The power of art - Afl. 3: Bernini, ‘Visioen van de H. Theresa’ (1652)
In het Rome van de jaren 1630 diende de barokke kunst van beeldhouwers en architecten de zaak van de paus en de katholieke kerk. Hun ontwerpen waren zo virtuoos en gedurfd dat ze de wetten van de zwaartekracht leken te trotseren, zoals het geloof de mens onttrok aan het aardse en de ziel richtte op het hemelse.
Primus inter pares was Gian Lorenzo Bernini: wonderkind, meesterarchitect, bevlogen beeldhouwer, maar ook flamboyante man van de wereld en persoonlijke vriend van paus Urbanus VIII. Maar in de late jaren ‘40 begon Bernini’s ster te tanen. De rivaliteit met coming man Francesco Borromini was moordend; zijn beschermheer, paus Urbanus was overleden en tot overmaat van ramp kwamen er barsten in de klokkentoren die hij voor Sint Pieters had gebouwd. De toren moest worden afgebroken en tegelijkertijd stortte ook Bernini’s reputatie in.
Maar Bernini sloeg terug met een meesterwerk zonder weerga: ‘Het visioen van de heilige Theresa’ (1652), een beeldhouwwerk dat een tafereel uit het leven van Theresa van Avila uitbeeldde: haar mystieke droom over een engel die haar doorstak met een lans, zoals dat ook met Jezus was gebeurd. Het beeld combineert mystiek en erotiek, lichamelijk genot met spirituele verrukking. Het publiek was verbijsterd door deze heilige ‘peepshow’, dit miraculeuze en tegelijk schandaleuze meesterwerk.
Afl. 4 Turner, het slavenschip 1840
In 1840 was William Turner zestig jaar oud. Zijn schilderkunst evolueerde steeds verder weg van de af-beelding, naar kleur en impressie. Dat jaar bracht hij zeven schilderijen naar de jaarlijkse tentoonstelling van de Royal Academy. Ze zorgden voor een schandaal. Vooral het doek ‘The Slave Ship’ kreeg het zwaar te verduren van conservatieve critici. Het schilderij is één explosie van scharlakenrood en goud, ergens op een oceaan, in het oog van een storm.
‘Gezwadder met verf’, ‘gesmos’, ‘keukenaccident’: zo werd het werk minachtend bestempeld. Maar precies door de nadruk te leggen op kleur en niet langer de werkelijkheid af te beelden zoals ze verschijnt, liep Turner vooruit op de discussie over kunst die zou ontstaan door de uitvinding van de fotografie, enkele decennia later: als de camera perfecte tweedimensionale afbeeldingen kon maken van de realiteit, wat bleef er dan nog over voor de kunst? Turners kleurennevels waren één antwoord op die vraag: de subjectieve indruk van de artiest.
Maar er was ook nog een andere reden waarom de conservatieven ‘The Slaveship’ zo haatten. De volledige titel van het doek was ‘Slavers throwing overboard the dead and dying – typhoon coming on’. Het herinnerde aan een incident uit de Britse slavenhandel in de 18de eeuw. En daar werd de Britse upper class liever niet mee geconfronteerd. Ook in die zin was het doek grensverleggend modern.
The power of art - Afl. 5: David, ‘De dood van Marat’ (1793)
Ook de kunst kent haar ‘kazakdraaiers’. Neem nu Jacques-Louis David. Ooit was hij de protégé van Lodewijk XVII en de aristocraten, maar in 1789 kiest hij resoluut voor de revolutie. Kunst, zo vindt hij plots, mag niet meer ter amusement van de rijken dienen, maar moet leren, inspireren en de mens beter maken. Voortaan schildert David voor de nieuwe machthebbers: het terreurbewind van de Jacobijnen. En speciaal voor hen vindt hij een nieuwe toepassing uit van de schilderkunst: de politieke propaganda.
Het meest treffende voorbeeld daarvan is zijn schilderij ‘De dood van Marat’ uit 1793 (te bezichtigen in het Museum voor Schone Kunsten in Brussel). De radicale en meedogenloze revolutionair Jean-Paul Marat werd in zijn bad vermoord door de jonge Charlotte Corday, die zo de heksenjacht van de Jacobijnen wil stoppen. Maar Davids schilderij maakt van Marat een martelaar. Als slachtoffer van de ‘reactionaire krachten’ ligt hij als de vermoorde onschuld in zijn bad. Geen spoor meer van de psoriasis die zijn huid teisterde: zijn lichaam is zo gaaf als dat van de vermoorde Christus in een Piéta. En dat is het schilderij ook: een altaarstuk voor de nieuwe religie van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid.
De mensen die het schilderij zien, zijn geschokt door de wrede moord op deze kwetsbare man en keren zich tegen de moordenares. Het gevolg was een nóg harder schrikbewind van de Jacobijnen. En sindsdien bedient élk politiek regime zich van de kracht van het beeld.
The power of art - Afl. 6: Van Gogh, ‘Korenveld met kraaien’ (1890)
Met Van Gogh zijn we helemaal in de moderne kunst beland. Kunst moet geen kopieën meer maken van de realiteit. Daarvoor bestaat nu de fotografie. Kunst moet doen wat de fotografie niet kan: sfeer en gevoel weergeven en op haar eigen manier, met haar eigen vormen en kleuren, zintuiglijke waarnemingen evoceren.
Kleur was voor Van Gogh erg belangrijk: niet de vale kleuren van musea en academische kunst, maar kleuren waar kinderen en eenvoudige mensen instinctief op reageren. Zoals in ‘Korenveld met kraaien’ (1890), met zijn dominante gele en blauwe kleuren, en de onheilspellende zwarte stippen van de kraaien en de dreigende lucht.
Kunst was voor de labiele Van Gogh ook een balsem op de wonden van het leven. Maar soms kan ook kunst de kunstenaar niet redden. Korte tijd nadat hij dit schilderij maakte, pleegde Van Gogh zelfmoord.
The power of art - Afl. 7: Picasso, ‘Guernica’ (1937)
Voor Picasso mocht kunst zich niet inlaten met politiek en geschiedenis, maar door de terreur van de nazi’s tijdens de burgeroorlog in zijn vaderland Spanje zag hij zich genoodzaakt zijn eigen credo te verloochenen.
In zijn Guernica (1937) bundelde hij de krachten van eeuwen kunsttraditie met die van zijn eigen kubistische moderniteit in een striemende aanklacht tegen het oorlogsgeweld. De Guernica bevat verwijzingen naar de oude apocalyptische altaarstukken, naar de middeleeuwse miniatuurkunst, naar Rubens en Goya, maar het is ook een bijna journalistieke zwart-wit reportage over het brutale nazi-bombardement op het Baskische dorpje Guernica.
Op de Internationale Tentoonstelling van Parijs hing het doek in het paviljoen van de geteisterde Spaanse Republiek, naast de reactionaire nazikunst van het Derde Rijk en de kunstdinosaurussen van de Sovjet-Unie. Een Gestapo-officier die Picasso bezocht in Parijs, vroeg hem of hij het doek had gemaakt. “Nee”, antwoordde Picasso: “jullie”.
The power of art - Afl. 8: Rothko, ‘Zwart op kastanjebruin’ (1958)
Donderdag 7 augustus 2008.
In 1958 kreeg de Lets-Amerikaanse expressionist Mark Rothko de opdracht een reeks grote abstracte schilderijen te maken voor een vijfsterrenrestaurant in hartje Manhattan: het walhalla van het kapitalisme en naar Rothko’s eigen oordeel “een plaats waar de rijke klootzakken van New York komen eten en opscheppen. Ik hoop dat ik hun eetlust kan bederven”. Hoewel hij de opdracht te danken had aan het lucratieve New Yorkse zakenleven in de jaren ‘40 en ‘50, wou hij daar dus ook mee afrekenen.
woensdag 16 april 2014
BBC One sessions - Tony Bennett
BBC1, 08-jul-2007
Una voce particolare - Il grande Finale
21-mrt-2009
Max Proms
Max, 22-sep-2009 en 23-sep-2009
dinsdag 1 april 2014
North Sea jazz 2011 - Chaka Khan, Roy Ayers & Friends
Cultura24, 2011
North Sea Jazz 2011- Kytecrash, Ben, l'oncle soul, Otis Taylor
Cultura24, 2011
North Sea jazz 2011 - Sergio mendes, Hendricks Jarreau & Elling
Cultura24, 10-jul-2011
maandag 31 maart 2014
North sea jazz festival 2010 - Joss Stone
Cultura24, 07-jul-2011
North sea jazz festival 2010 - Caro Emerald
Cultura24, 06-jul-2011
North sea jazz festival 2010 - Kytecrash
Cultura24, 05-jul-2011
Abonneren op:
Posts (Atom)
